Archief | januari, 2013

Deel 5 Skill Sheets Basketbal is beschikbaar

4 jan

Het vijfde deel van mijn boek “Skill Sheets Basketball” is beschikbaar. Het heeft even geduurd, maar dat komt omdat ik het nogal druk heb met de afronding van mijn proefschrift en dat gaat toch voor). In dit deel komen de set plays en de out-of-bounds aan de orde. Via de pagina “Skill Sheets Basketball” (zie bovenin) kun je de link naar dit deel oppakken. Binnenkort hoop ik ook het volgende deel te publiceren over de bal fundamentals. 

Advertenties

Grasshoppers derde op internationaal X-mas tournooi in Kortrijk

4 jan

Tussen kerst en oud en nieuw zijn er verschillende (internationale) toernooien waaraan deelname interessant is. Verschillende toernooien zijn gewoon leuk, maar bieden niet zoveel basketbal kwaliteit onder de tegenstanders. Voorbeelden hiervan zijn er in Zweden (Lund) en Denemarken (o.a. Lemvig toernooi). Voor een serieus team is hier niet zoveel te leren, het gaat meer om de ‘fun’. Ook zijn toernooien die er op gericht zijn om een zo sterk mogelijk deelnemersveld op de been te brengen. Daarvan is het X-mas toernooi in de omgeving van Kortrijk een voorbeeld. Daar proberen Peter de Lepeleire en zijn crew ieder jaar een sterkere bezetting op de been te brengen in verschillende leeftijds categorieën. Dit jaar was ook de meiden u18 categorie weer wat sterker dan vorig jaar. Natuurlijk neemt er altijd wel een team deel dat feitelijk te zwak is voor serieuze deelname, maar dat neemt niet weg dat het toernooi erg interessant was voor veel van de deelnemende ploegen.

Zo ook gold dat voor het team van Grasshoppers. In de Nederlandse u20 eredivisie heeft dit veredelde u16 team tot nu toe maar van een paar teams serieuze tegenstand gehad en daarom was het toernooi prima geschikt om een paar sterke internationale teams te ontmoeten en in 3 dagen 6 wedstrijden af te werken.
De openingswedstrijd was direct tegen het Nationaal team Engeland u18. Natuurlijk was Engeland als team nog niet echt op elkaar ingespeeld, maar het maakte het voor Grasshoppers wel een interessante tegenstander. Met bij vlagen zeer volwassen basketbal werd verrassend van de Engelsen gewonnen (42-33). Ook de tweede wedstrijd van de dag tegen USK Prague werd gewonnen. De Tjechen bleken niet echt sterk te zijn en werden letterlijk van de mat gelopen (67-31). Hierdoor ging Grasshoppers als poulewinnaar naar de tweede ronde.
Op de tweede dag was de cruciale wedstrijd tegen Blue Cats Ieper. De u18-kampioen van Belgie van het afgelopen jaar wist geen raad met de wisselende verdedigingsvormen van Grasshoppers en moest eraan geloven met 68-45. Door dit resultaat was Grasshoppers al geplaatst voor de halve finale. De tweede wedstrijd van de dag was tegen de Israel Basketball Academy (een soort jonge uitgave van het CTO). Hoewel de Israeli hard werkten en nog meer geluid maakten, bleken zij een maatje te klein te zijn en werden zij volledig overklast (28-61). 
In de halve finale trof Grasshoppers het sterke BK Petrzalka Bratislava. Wellicht omdat deze halve finale om 9 uur ’s ochtends werd gespeeld, terwijl Grasshoppers de laatste wedstrijd de avond ervoor nog om half negen had gespeeld en bovendien voor het eerst in een andere hal speelde (waar Bratislava al alle wedstrijden had gespeeld), maar deze wedstrijd begon Grasshoppers niet sterk en kwam het al vrij snel zo’n tien punt achter. Tot in de laatste periode bleef het verschil tegen de 10 punten aanzitten en door een sterke laatste periode kwamen de Katwijksen in de laatste minuut terug tot op gelijke hoogte. Het laatste beetje geluk ontbrak in de slotminuut om de wedstrijd naar Nederlandse kant te trekken, waardoor Bratislava toch aan het langste eind trok. Door de ‘stop-de-klok’ liep het verschil in de laatste seconden nog op tot 58-50. In de strijd om de derde en vierde plaats trof Grasshoppers opnieuw Blue Cats Ieper. Verwacht was dat Engeland daar zou staan, maar omdat zij verloren hadden van Bratislava, bleek Ieper eveneens halve finalist geworden te zijn. Grasshoppers won opnieuw eenvoudig van de Vlaamsen (55-30) en werd daardoor derde in het toernooi.
Eindstand van het toernooi: (1) ZKK Triglav, (2) BK Petrzalka Bratislava, (3) Grasshoppers, (4) Blue Cats Ieper, (5) England u18, (6) Nederland u16, (7) Israel Basketball Academy, (8) CBV Binnenland, (9) USK Prague, (1) BBA Ludwigsburg, (11) BV Hoofddorp.

Ideeen voor een sterkere competitie

1 jan

Het Nederlands Dames basketball zit de laatste jaren – internationaal gezien – behoorlijk in de lift. Vanaf 2009 werden verschillende promoties op de Europese kampioenschappen behaald (startend met het u16-team 1993 selectie onder leiding van Hans Bais in Tallinn). De nationale (jeugd)teams hebben successen behaald die niet onopgemerkt zijn gebleven in Europa. Het vizier bij de NBB is dan ook onder meer gericht op het bereiken van de olympische spelen binnen een aantal jaar. Een ijzeren wet om een hogere kwaliteit te halen is echter dat er voldoende talent kan doorstromen. Dat betekent dat de relatie tussen kwaliteit en kwantiteit in evenwicht moet blijven en daar ligt een probleem. Als we namelijk naar het clubbasketbal in Nederland kijken, dan dringt zich een aantal problemen op dat juist te maken heeft met de kwantiteit en ook de kwaliteit. Dit wordt zichtbaar in de verschillende competities. Ik loop ze even langs:
 
Eredivisie – Het aantal teams in de dames eredivisie is de afgelopen jaren gedaald. Waar er in het seizoen 2008-2009 nog 10 teams in de eredivisie speelden, zijn er nu nog maar 6 teams. Kortom: er is ruimte voor slechts 60 speelsters op het hoogst niveau. Daarnaast is er geen aansluiting tussen de eredivisie en de promotiedivisie (teams promoveren en degraderen niet automatisch). En ook lijkt er een soort “up-or-out” regel te gelden. Er zijn namelijk wel erg veel jonge talenten die worden doorgeschoven en er spelen maar weinig routiniers in de Eredivisie. Senioren speelsters die niet in een nationale selectie spelen, lijken al snel te vertrekken naar ofwel het buitenland, ofwel naar de promotiedivisie. Hierdoor ligt de gemiddelde leeftijd van de speelsters maar net boven de 20 jaar.
Deze kleine competitie levert een groot kwaliteitsrisico op. Vegroting van het aantal teams is belangrijk.  Dat kan eventueel worden bereikt door naar een Benelux competitie te streven. Wanneer bijvoorbeeld volgens een amerikaans model wordt gespeeld (b.v. door twee uitwedstrijden in een weekeinde te spelen ‘on-the-road’) kunnen kosten daarvan in de hand worden gehouden. De vraag is echter of het gaat lukken om de bonden ook te overtuigen van deze mogelijkheid. 
 
Promotiedivisie – De promotiedivisie lijkt op het eerste gezicht een aardige competitie te zijn. Desalniettemin is het in mijn ogen een beetje een ‘vlucht’-competitie voor verenigingen die de hoge kosten van het spelen in de eredivisie niet aankunnen en ook trekt de promotiedivisie veel speelsters die ouder zijn dan 23 jaar en niet (meer) de ambitie hebben om op het hoogste niveau te spelen of tegen jongere getalenteerde speelsters te spelen. Tenslotte is het kwaliteitsverschil in deze competitie ook erg groot.
 
U20 eredivisie – De u20 meisjes eredivisie tenslotte, heeft te grote verschillen in kwaliteit. Halverwege de competitie zijn er maar vijf teams met een positief doelsaldo, hetgeen veel zegt over de grote kwaliteitsverschillen. Daarnaast is de competitie nu een veredelde u16 competitie geworden en heeft het weinig met een u20 competitie te maken. Verschillende teams spelen zelfs met u14 speelsters! De oudere getalenteerde speelsters zijn veelal al doorgeschoven naar het ‘eerste’ en worden eventueel nog terug gehaald voor de Final Four aan het eind van de competitie. Door gebrek aan tegenstand zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor de meest getalenteerde speelsters van de beste teams beperkt geworden.
 
Wanneer ‘we’ de verhouding tussen kwaliteit en kwantiteit in evenwicht willen houden, betekent het dat we moeten zorgen voor een continue aanvoer van nieuw talent, en daarnaast voor een betere opvang van de doorgroei mogelijkheden voor speelsters en teams. Door talent ‘vast’ te houden en te ontwikkelen wordt de kwaliteit hoger. Om hieraan een bijdrage te leveren geef ik hieronder een aantal ideeën voor innovaties van de dames competities. Deze ideeën zijn rijp en groen en hoeven niet met elkaar in samenhang worden beschouwd of beoordeeld. Het is een aanzet tot out-of-the-box denken met ideeën die kunnen bijdragen aan de ambitie om de stap naar de Europese top te kunnen maken, zonder dat dit leidt tot extra torenhoge kosten.

 
De ideeën zijn:
  • Er komen vier landelijke competities van 8 teams (dames eredivisie, promotiedivisie, eerste divisie en een meisjes u-18 eredivisie).
    • De u20 competitie wordt afgeschaft. De meest getalenteerde speelsters spelen rond hun 18e jaar toch al in de eredivisie. (u20 en/of u22 competities worden alleen nog op rayon niveau gehouden).
    • Er wordt een volledige competitie gespeeld (14 wedstrijden), waarna splitsing en vorming van nieuwe competities voor de tweede helft van de competitie plaats vindt (rondom de jaarwisseling). Dit gebeurt op de volgende manier: Er is een Final Four voor de eerste 4 van ds eredivisie; Daarnaast spelen alle overige teams promotie-degradatie play offs voor de tweede helft van het seizoen. Dit gebeurt in een best-of-three (d.w.z. De nr 5 van de eredivisie tegen de nr 4 uit de promotiedivisie, de nr 6 ere tegen nr 3 promo, nr 7 ere – nr 2 promo, nr 8 ere – nr 1 promo); hetzelfde geldt voor de nrs 5 tot 8 uit de promo en de nrs 1-4 uit de eerste divisie. Voor de plaatsen 5-8 van de eerste divisie volgen promotie-degradatie wedstrijden tegen de nrs. 1 uit de (inter)rayon competitie.
    • Dit kan er dus toe leiden dat de tweede helft van de competitie andere teams in de verschillende competities spelen. Het voordeel hiervan is dat meerdere teams tegen elkaar kunnen spelen (grotere variatie) en ook dat het niveauverschil tussen de competities verkleind wordt.
    • De tweede helft van het seizoen levert nieuwe indelingen op en opnieuw 14 wedstrijden in de competitie. Aan het eind van de competitie volgt een zelfde playoff promotie-degradatie systeem t.b.v. de indeling van het nieuwe seizoen. Op die manier is elke competitie interessant en speelt elk team promotie-degradatie wedstrijden, waarbij de kans bestaat om zowel verloren gegaan terrein binnen een half jaar te herstellen, als ook om op het juiste niveau de wedstrijden te kunnen spelen. Bovendien doet de competitie er ook iets toe omdat de rangschikking in de competitie de kansen op promotie en degradatie vergroot.
    • de strijd om het landskampioenschap (senioren en u18) wordt gespeeld in een Final Four (best of three).
  • Naast deze competitie indeling zijn er ook een aantal randvoorwaarden waarmee ook rekening moet worden gehouden. Zoals:
    • De inschrijvingskosten voor de verschillende divisies worden aan elkaar gelijk gesteld (en verlaagd). Hierdoor is de financiële drijfveer geen reden om wel/niet op het hoogste niveau te willen acteren. De teams uit de eredivisie betalen dus evenveel als de teams in de eerste divisie.
    • Wedstrijden worden geleid door twee scheidsrechters in alle divisies (dus geen drie in de eredivisie). Dit levert voor de verenigingen een besparing op in de kosten.
    • Alle landelijk spelende seniorenteams betalen 500,- euro aan een “Euro-fonds”. Dit geld (12.000,-) is bedoeld als stimulans en wordt aan de kampioen van Nederland gedoneerd wanneer het inschrijft in en deelneemt aan de Eurocup voor clubteams.
    • Er worden geen competitie wedstrijden op zondag gespeeld: alleen vrijdagavond en zaterdag. Hierdoor kunnen op zondag altijd activiteiten voor de nationale teams plaatsvinden
    • De bekercompetities in hun huidige vorm worden afgeschaft. Er nemen te weinig teams aan deel, bovendien voegt het niets toe.
    • Meerdere teams van dezelfde vereniging kunnen in dezelfde competitie uitkomen (b.v. 1e en 2e team, of zelfs 3e team).
    • Teams die op landelijk niveau willen gaan spelen kunnen zich hiervoor aanmelden. Afhankelijk van hoeveel teams het om gaat, spelen zij tegen de nummers 5 t/m 8 van de eerste divisie voor plaatsing (best of three).
Door de competities op deze wijze aan te passen, heb ik het idee dat dit ten goede komt aan de overall kwaliteit van de competities, zowel in breedte als in diepte. Uiteindelijk kan hierdoor ook een hogere piek worden behaald. Wat mij betreft is de discussie “open”.