Archief | augustus, 2013

VU16 degradatie: de uitleg

28 aug

AfbeeldingMijn vorige blogartikel kende een groot aantal hits en reacties. Ik kreeg zowel in de reacties als op Facebook veel instemmende reacties. Ook was er een kritische reactie. Deze was helaas van een anoniem persoon, en ik vind dat wel een beetje slappe hap. Reageren mag, maar dan graag open en oprecht. Ik probeer dat van mijn kant ook te doen, en ook al is het misschien soms wat hard gesteld op ‘papier’, bedenk dan dat ik dat doe vanuit een gezamenlijke drijfveer om het Nederlandse (dames)basketbal te verbeteren. Er waren ook vragen om nadere toelichting en uitleg van mijn kritiek. En omdat ik beloofd had meer tekst en uitleg te geven, volgt hier nog een toelichting.

De strekking van mijn vorige blogartikel was dat de coaches verantwoordelijk waren voor de degradatie van de u16 uit de A-poule en dat ik zelf andere keuzes zou hebben gemaakt. Ik zal dat proberen kort toe te lichten, alhoewel ik mij besef dat dit lastig is om te doen in een paar zinnen.

Zo vond ik dat er erg ‘angstig’ werd gecoacht. Daarmee bedoel ik dat er te lang aan vooraf vastgestelde keuzes werd vastgehouden. Zo werd er bijvoorbeeld aan drie speelsters een soort ‘card blanche’ gegeven. Zij speelden veruit de meeste minuten. Zo speelde Janis Ndiba bijvoorbeeld vier wedstrijden de volledige 40 minuten achtereen! Wat moet je nu als conclusie hieruit trekken? Je kunt moeilijk zeggen dat deze drie speelsters (Janis Ndiba, Asa Kantebeen en Laura Westrik) zoveel hebben gespeeld dat daaruit nu blijkt dat zij het A-niveau niet aankunnen. Janis werd met de u18 onlangs nog 4e van Europa! Wel denk ik dat deze speelsters door hun hoeveelheid speeltijd niet de effectiviteit hebben kunnen brengen die er wellicht op een andere manier wel had kunnen uitkomen. Ik zeg dat omdat deze drie speelsters – in mijn ogen – alle drie typische ‘rol’-speelsters zijn en geen ‘leidende’ speelsters. Janis is een speelster die bij uitstek tot haar recht komt in de systemen van het Nederlands dames basketbal en dan in het bijzonder naast een sterke ‘5’. Zij lokt als geen ander fouten uit en scoort daardoor vanaf de vrije werplijn de meeste punten. Daarnaast is zij reboundend natuurlijk sterk, maar zij is geen scorend dragende speelster. Asa is een speelster die tot haar recht komt wanneer zij wordt vrijgespeeld voor een afstandsschot vanuit de perimeter. Maar, zij heeft daarvoor wel de vrije schotruimte en tijd nodig.  Laura komt tot haar recht, wanneer zij vrijuit voor onrust kan zorgen in het veld. Daarbij kan zij een zegen zijn, maar ook een ramp voor het eigen team (omdat zij haar eigen beperkingen niet lijkt te kennen). 

Om ‘rol’-speelsters goed tot hun recht te laten komen is het belangrijk om ze op de juiste manier te gebruiken en ze op het juiste moment in te zetten. Een kenmerk van een rolspeelster is namelijk dat je ze vooral gebruikt in de rol waarin zij sterk zijn en op het moment dat de wedstrijd (of de tegenstander) hierom vraagt (en dus niet continu). 

Een ander opvallend punt vond ik dat veel speelsters vooral negatief benaderd werden. Er werd hardop geroepen wat zij vooral niet hadden moeten doen (of – cynisch – hoe ze het juist hadden kunnen doen, of – nog erger – hoe dom het was dat ze iets gedaan hadden). In mijn ogen werden speelsters vooral afgebroken in plaats van ‘gemaakt’. Speelsters konden moeizaam of niet groeien in het toernooi (ik heb er geen enkele speelster kunnen ontdekken die gaandeweg het toernooi beter ging spelen). Het wisselbeleid was vooral gebaseerd op straffen in plaats van belonen. Vooral Eveline Kallenberg en Kristie Buderman konden niet veel goeds doen in de ogen van de coaches. Elke passfout leverde een wissel op. Met als gevolg dat zij natuurlijk veelal risicoloos gingen spelen en dat is weer iets dat juist niet bij deze speelsters past.

Een derde punt van algemene kritiek is dat onvoldoende gebruik werd gemaakt van de specifieke kwaliteiten van de speelsters. Door meer vrije ruimte aan alle speelsters te gunnen ontstaan ook goede en nieuwe mogelijkheden. Nu kwamen deze momenten maar zelden voor. Zo werd bijvoorbeeld niet of nauwelijks gebruikt gemaakt van het scorend vermogen van Laura Steggink. In de 2e wedstrijd tegen Litouwen kreeg zij opeens de ruimte. Janis Ndiba maakte in de eerste periode haar 2e persoonlijke fout en werd dus naar de kant gehaald in een wedstrijd die tot dan toe ‘op slot’ zat. Laura Steggink kwam het veld in en scoorde naar hartelust en brak de wedstrijd voor Nederland open en besliste eigenlijk in haar eentje de wedstrijd. Wat mij betreft had zij dat vaker mogen doen. Nu werd zij in sommige wedstrijden na haar eerste fout niet meer gebruikt en zat zij op de bank. Zij had tijdens het toernooi bijvoorbeeld uitstekend op de ‘3’ gebruikt kunnen worden. Een ander voorbeeld is Eveline Kallenberg. Zij mocht niet op de interceptie loeren (terwijl dat in clubverband per wedstrijd toch iedere wedstrijd 6 tot 8 punten oplevert). Ook was zij geen scorende optie voor het schot (buiten de “noodbal” op de 24e-seconde in de aanval), terwijl haar jaarschotpercentage hoger lag (zowel op de ‘2’ als ‘3’-punter) dan speelsters die nu echt gezocht werden. In de wedstrijd tegen het sterke Hongarije was een glimp te zien van haar scorende kwaliteiten. Weer een ander voorbeeld is Kristie Buderman. Zij komt vooral tot haar recht tegen een man-to-man defense waarbij zij de drive als sterk wapen heeft. In de wedstrijd tegen finalist Tjechie bewees zij dit door keer op keer de bucket in te driven en dan ofwel de fout uit te lokken, ofwel de lay-up te nemen. Het zijn drie voorbeelden van speelsters die – over het toernooi genomen – onvoldoende uit de verf kwamen als gevolg van de gemaakte keuzes door de coaches.

Een vierde punt van kritiek is de onverbrijdelde voorkeur voor speelsters van het CTO of de eigen vereniging. Over het CTO kom ik in een volgend blogartikel nog te spreken (let wel: ik ben persoonlijk voorstander van het CTO, maar niet van de wijze waarop er in relatie tot de Nederlandse teams mee wordt omgegaan). Tijdens het toernooi werd het wel overduidelijk dat als je bij het CTO hoort, dat dit een behoorlijk toevoeging aan je speeltijd levert. Bijvoorbeeld bij de centers werd Marieke van Schie hiervan duidelijk de dupe, terwijl de kwaliteiten van de drie centers (Ella Bouman, Mirthe Schepers en Marieke van Schie) elkaar niet of nauwelijks ontliepen.  

De kracht van dit VU16-team zat mijn inziens vooral in het collectief. Ik ben van mening dat dit team geen speelsters herbergde die een bepaalde voorkeursbehandeling rechtvaardigde. En dus had ik elke wedstrijd andere keuzes gemaakt en daarbij vooral gekeken naar de tegenstanders en daarbij zowel in de aanval als in de verdediging aanpassingen gedaan om het spel bij de tegenstanders te ontregelen (en het eigen spel natuurlijk te stroomlijnen). Ook zou ik daarbij vooral gebruik hebben gemaakt van een grotere rotatie, en daarbij iedere speelster in haar kwaliteiten gebruiken. 

Nu waren nederlagen soms rechtstreeks het gevolg van het niet wisselen van speelsters die juist rust hadden moeten krijgen (b.v. tegen Italie en Belgie in de poule), of juist te vroeg wisselen van speelsters die amper in het veld stonden.

Neem bijvoorbeeld de eerste wedstrijd in de tweede ronde tegen Tjechie. Nederland start best goed en er wordt gecontroleerd gespeeld. Nederland komt met 3-6 voor. Eveline Kallenberg speelt op dat moment een heel dominant leidende rol op de guardpositie. Zij wordt gewisseld en de organisatie bij Nederland is weg. Tsjechië maakt een 22-2 run. Einde wedstrijd. Commentaar van Bart Sengers op de NBB-site: “We scoren zelf een hele tijd niet en dat had die 17-0 run tot gevolg.” Nee, dit specifieke voorval lag aan de wissel. En als uitvloeisel van het gebrek aan organisatie een te snelle en verkeerde schotkeuze, met als gevolg dat Nederland achter Tjechie ging aanrennen i.p.v. andersom. Anders gezegd: de geest werd uit de fles getrokken. Hier had het volledig terugschroeven van het tempo in de wedstrijd kunnen leiden tot meer grip op de wedstrijd en daardoor misschien meer kans. Nu werden vooral low percentage schoten genomen op de verkeerde momenten in de aanval. 

Een ander commentaar op de NBB-site: “de wedstrijd werd niet goed gelezen.” Ik weet niet precies wie hier bedoeld werd, maar het probleem bij Nederland lag in die wedstrijd vooral op de bereikbaarheid van de forwards in de aanval, terwijl zij in de verdediging (zone) te klein waren in de rebound en te weinig druk gaven in de hoeken of de inside passing. Het inbrengen van meer reboundkracht op de 3 en 4 positie had m.i. kunnen helpen. Kristie Buderman speelde in de vierde periode een high-effective game. Zij maakte een aantal punten uit vrije worpen, steals en drives, doordat zij – tegen de regels in? – vrijuit ging spelen en dat pakte nu goed uit. Dat was een voorbeeld voor een stukje succes dat sowieso niet vooraf beoogd was. De NBB site gaf als titel bij dit verslag “Zwakke eerste helft nekt u16 Angels”, maar mijn conclusie was dat Tjechie gewoon een klasse beter was, net zoals op het EYOF. 

De andere twee de wedstrijden in de tweede ronde waren daarmee niet echt relevant meer voor de rangschikking. De kwartfinale was erg ver weg. Tegen Hongarije had Nederland gewoon geen kans. Hongarije was beter. Tegen Frankrijk had Nederland wel een kans en kon het zelfs winnen. Echter op dat moment had een winstpartij tegen Frankrijk Nederland niet van de 6e plaats in de tweede ronde af kunnen helpen en was het al veroordeeld tot het spelen van de kruisfinales om de plaatsen 9/12 en 13/16 (de degradatiepoule). Desondanks werd er gespeeld met een rotatie van 6 speelsters (zes …). Schiet mij maar lek. Speelsters liepen op hun laatste benen en probeerden natuurlijk alles eruit te halen, maar dit was wel een brevet van tactisch onvermogen: in een onbenullige wedstrijd, waarin je je speelsters kunt sparen voor misschien wel de belangrijkste wedstrijd van het toernooi, je speelsters voor de rest van het toernooi fysiek en mentaal opbranden.

De rekening werd direct in de beslissingswedstrijd tegen Zweden gepresenteerd. Janis Ndiba, Asa Kantebeen en Laura Westrik waren opgebrand en konden (opnieuw) niet brengen wat er van ze verwacht werd. Janis Ndoba, die tot dan toe heel veel rechtstreekse rebounds duels had gewonnen, won er nu geen enkele (…). Natuurlijk pakte ze nog wel rebounds, maar dat waren de gewone afvangers op de zone-positie zonder dat er een duel aan ten grondslag lag. Zij had niet meer de fut om er voluit tegenaan te gaan. Mind you: ze had nu vier wedstrijden achtereenvolgens 40 minuten gespeeld!!! Toen ze om een wissel vroeg, kreeg ze die niet. Hetzelfde gold van Kantebeen en Westrik. Kantebeen moest het van het schot hebben en dat liep wederom niet. Westrik verslikte zich keer op keer in onnodige acties. Tja, en als je dan als coaches de rest van je team een beetje in woord en gedrag gediskwalificeerd hebt, hoef je natuurlijk niet te verwachten dat zij het opeens gaan rechtbreien. Dat heb je dan gewoon aan je eigen gedrag en woord en daad te danken. De nederlaag was daarom vooral aan de coaches toe te schrijven en de meiden konden er niets aan doen. 

De laatste twee wedstrijden moesten vervolgens beide gewonnen worden. Gelukkig troffen ‘we’ Litouwen en dit bleek opnieuw de zwakste ploeg in het toernooi te zijn en opnieuw werd er gewonnen. Doordat Janis (gelukkig) twee fouten maakte kwam Laura Steggink erin en zij brak de wedstrijd open en scoorde 11 punt op rij. Daarmee was de ban gebroken en kon Nederland in principe vrijuit spelen. Litouwen was een gewillig slachtoffer. 

Belgie daarentegen speelde het slim. De Belgische ploeg was op veel plekken op individueel niveau duidelijk de mindere van Nederland, en dat bleek ook lange tijd in de wedstrijd, maar opvallend was wel dat de Belgische coaches positief bleven coachen. Natuurlijk kun je een ‘flow’ niet afdwingen, natuurlijk zijn het vooral de speelsters in het veld die het moeten doen. Maar je zag bij Belgie vooral in de tweede helft op moneytime de oerdrang om te vechten voor de winst, terwijl je bij Nederland steeds meer de angst om te verliezen zag toeslaan. Dat vereist een stukje mental coaching waar je niet zomaar opeens een wedstrijdje aandacht aan kunt besteden, maar waaraan je feitelijk het hele jaar moet werken. Idem geldt voor het verloop van zo’n laatste wedstrijd-minuut. En of “last-minute”-games tot het repertoire van de trainingen behoren op de NT’s betwijfel ik (ik heb ze n.l.niet waargenomen), maar ik geef het als tip mee om hieraan aandacht te besteden! 

De periode van de ‘Dutch Angels’ is weer voorbij. Alle speelsters gaan weer naar de clubteams. Het is tijd voor reflectie op de resultaten van de NT’s in deze zomer. Kortom, wordt vervolgd.

Advertenties

Degradatie van NT VU16 is de degradatie van de coaches

11 aug

AfbeeldingHet Nederlands team VU16 is gedegradeerd naar de B-poule. De laatste wedstrijd vandaag tegen België ging verloren met 1 punt. Daarmee kwam op een vervelende manier boven water, waarvoor ik een belangrijk deel van het toernooi bang was, namelijk dat er wel meer uit dit team te halen was, maar dat het er door de coaches niet uitgehaald werd.

Ik zou het zelf volstrekt anders gedaan hebben. En hoewel dat geen garantie is dat het dan persé anders zou zijn gelopen, heb ik daar zelf wel de overtuiging van. En ook haast ik mij erbij te zeggen dat garanties uit het verleden (tig keer landskampioen) natuurlijk geen garantie zijn voor de toekomst. 🙂 Maar als je op resultaat coacht – en dat doe je tijdens een EK – dan zijn er verschillende wegen die naar Rome leiden. Nu werd er door de coaches een doodlopende weg ingeslagen die gaandeweg het toernooi steeds duidelijker werd en waarvan ik het idee had dat zij door een bepaalde tunnelvisie dit niet zagen aankomen.

De wijze waarop de coaches Bart Sengers en Meindert van Veen tijdens dit EK hun keuzes maakten, paste niet in mijn logica. Er werd nu voor gekozen om enkele speelsters een soort heilig te verklaren. Het maakte niet uit wat ze deden: tegen welk schotpercentage ze scoorden, welk balverlies ze leden, welke schotkeuzes ze maakten, hoe slecht ze verdedigden, enz enz: zij bleven in het veld staan. Natuurlijk waren er ook mooie momenten bij. Dat is logisch. Maar in tegenstelling tot de ‘eerste keus’, werd bij andere speelsters het zelfvertrouwen tot op de grond werd afgebrand wanneer zij maar 1 fout maakten (en gelijk een wissel volgde), of doordat zij helemaal niet gebruikt werden. Natuurlijk het kan een keuze zijn. Daar ben je als coach immers verantwoordelijk voor. En nu is dit het resultaat en daar ben je als coaches ook verantwoordelijk voor. 

De speelsters kunnen voor deze degradatie niet verantwoordelijk voor zijn, want sommigen zijn niet of nauwelijks gebruikt (waarom selecteer je ze dan, als je er geen vertrouwen in hebt?), terwijl bij anderen – ik zei het al – structureel het vertrouwen werd afgebroken om hun kwaliteit tot hun recht te laten komen. Tja, en basketbal is nu eenmaal een sport waarbij het om teams gaat waarbij je met meer dan drie of vier speelsters moet spelen. 

Op een EK speel je 9 wedstrijden in 11 dagen en daarmee leg je een groot beslag op de mentale en fysieke belasting van alle (12) speelsters. Sowieso al. Als je dan bepaalde speelsters zo goed als niet wisselt, betekent het dat die speelsters op een gegeven moment natuurlijk niet meer kunnen brengen wat je van ze verwachtte als coach (Als ze dat al konden brengen…). Ik zal er in de komende weken nog wel eens wat uitgebreider over berichten, maar één beginnersfout wil ik alvast wel even noemen: de tweede ronde.

Nederland speelde de tweede ronde in de wetenschap dat zij zich niet meer konden plaatsen voor de kwartfinale en dat veel, heel veel, zou komen af te hangen van de wedstrijd tegen Zweden. Je zou zeggen dat het een ideale kans was om de speelsters waarvan je veel verwacht de broodnodige rust te geven en vooral veel minuten aan je ‘tweede keus’. Niets is echter minder waar. Ook al werden gewoon de drie wedstrijden in de tweede ronde verloren, er werd een consequent beroep gedaan op een paar speelsters, die dan ook helemaal uitgewoond waren. Toen de cruciale wedstrijd tegen Zweden werd gespeeld, kon de ‘eerste keus’ van de coaches niet meer de energie opbrengen (op sommige fases van de wedstrijd na) om de wedstrijd naar zich toe te trekken (terwijl Zweden echt geen best team was…).

Nou goed, je komt dan in de verliezerspoule en daarin werd dezelfde fout opnieuw gemaakt. De eerste wedstrijd tegen Litouwen werd ruim gewonnen. Litouwen had ongeveer het niveau van Binnenland (grapje hoor, dames uit Barendrecht :)) en dus was het logisch dat de wedstrijd werd gewonnen. Ook nu gold dat er volop mogelijkheden waren om je ‘eerste keus’ rust te geven voor de cruciale wedstrijd (Of je immers met ruim dertig punten wint of bijvoorbeeld met 10. Dat maakt niet uit. Voor het doelsaldo hoef je het niet te doen). Ook nu gebeurde dit niet. Het is een keuze die gemaakt is.

Het gevolg was wel dat je dus met een volstrekt vermoeide ploeg de belangrijke wedstrijd tegen België om de degradatie gaat spelen en dat is dan een wedstrijd waarin je opnieuw weer alles van je ‘eerste keus’ gaat verwachten en vragen. Het begin was echt hoopgevend, maar in plaats van je rotatie zo groot mogelijk (of in ieder geval groter!) te houden, werd opnieuw gekozen voor een heel kleine rotatie. En dan gaat op een gegeven moment natuurlijk niet alleen de fysieke vermoeidheid meespelen, maar ook de mentale. België had de eerste helft heel veel gemist en dus was het wachten op hun ‘flow’. En die kwam er, en omdat wij die ‘flow’ al gehad hadden, zag je dat het aan het eind van de wedstrijd de mentale weerbaarheid van de speelsters in het veld te zwak was om zichzelf staande te houden. Daar moet je als coaches weten en je speelsters erop voorbereiden, en zelf – door middel van je wisselbeleid en je time-outs – je rol in spelen. Het gebeurde niet (en voor zover het gebeurde werden er volstrekt andere keuzes gemaakt, dan dat ik had gedaan). Nu werd bijvoorbeeld gekozen om in de slotfase van de wedstrijd de jongste speelster van het team de meeste verantwoordelijkheid te geven in de organisatie van het spel. Tja, zij gaat drie (of vier) keer de fout in. Het is niet haar fout, het is de keuze van de coaches.

Nederland gedegradeerd: verantwoordelijkheid van de coaches. En ik ben benieuwd tot waar deze reikt.

(Later volgt nog wel meer over dit toernooi, want ik heb weer heel veel geleerd)

 

Effectiviteitsscore is onzin

4 aug

Basketbal is een sport van de statistieken. Statistische gegevens bieden veel informatie voor speelsters en coaches. Het geeft namelijk inzicht wat je als persoon goed en minder goed doet en ook geeft het inzicht hoe het team als geheel heeft gedraaid (bijvoorbeeld ten opzichte van de tegenstander). Statistieken zijn echter niet altijd zaligmakend, met name omdat in de reguliere en gangbare statistieken lang niet alles wordt bijgehouden. Een speelster kan bijvoorbeeld 20 punten scoren (en dat wordt dan ook benoemd en de media) maar als haar directe tegenstander er 24 er gooit, is het effect natuurlijk niet positief (terwijl dit laatste niet altijd wordt bijgehouden of benoemd). Ook komen centers gemakkelijker in de statistieken voor (omdat rebounds als belangrijk worden gezien). Guards daarentegen, komen minder snel in de media voor. Wel knappen zij veruit het meeste vuile werk op: zij weten namelijk de bal onder grote druk in de aanval te brengen, de aanval organiseren, enzovoorts. Hun ‘beloning’ is dat zij een grotere kans op turnovers hebben (met als resultaat dat zij hiervoor worden afgestraft door de coach, terwijl het juist zo logisch is dat een guard meer turnovers heeft dan de andere speelsters). Forwards hebben het weer eenvoudiger. Zij lopen niet veel kans op balverlies en vallen alleen op door hun scores of schotpercentages. Een forward die bijvoorbeeld 9 balverlies leidt, dat is wel heel uitzonderlijk en dat zegt dan weer iets over de wijze van coachen, maar goed dat terzijde.

Het is een van de redenen waarom ik zelf gewend ben in mijn scouting gebruik te maken van nog vier andere gegevens, namelijk coach assist, dogbites, score opponent en aanvallend rebound opponent. Hierdoor is het feitelijke rendement van een speelster per gespeelde minuut uitstekend te berekenen (zie hiervoor ook mijn skill sheets deel 2: http://www.scribd.com/doc/61831741/Skill-Sheets-Basketball-Deel-2#page=30).
De Fiba houdt ook effectiviteitsscores bij in de statistieken, en dat is de reden dat ik hieraan even aandacht besteed in dit blog. Nu ik weer op een EK zit (Varna), zie ik de statistieken weer langs komen. Zo ook de effectiviteitsscore van de Fiba. En juist die effectiviteitsscore van de Fiba is wel een vreemd ding en geeft informatie die gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd kan worden.
Het probleem zit er namelijk in dat de effectiviteitsscore een cijfer is waarin het scoreverloop van de wedstrijd de effectiviteit van een individuele speelster bepaald. En dat is appels met peren vergelijken. Het kan betekenen dat wanneer een speelster op het verkeerde moment in het veld staat een negatief resultaat boekt, en andersom, als zij op een goed moment in het veld staat een positief resultaat boekt, zonder dat zij enige bijdrage levert aan het een of het ander. Dat is mijn kritiek op deze effectiviteitsscore.
Hoe werkt de effectiviteitsscore? Als een team de wedstrijd start en in de eerste minuut op een 6-0 voorsprong komt, hebben alle speelsters op dat moment een effectiviteitsscore van +6. Wanneer je op dat moment wordt gewisseld, heb je die score dan dus alvast lekker “in the pocket”, ook al heb je misschien de bal in die ene minuut niet eens aangeraakt! 
Laat ik het concretiseren met een voorbeeld. De wedstrijd start en ploeg A komt binnen 1 minuut met 6-0 voor doordat speelster A4 twee driepunters erin schiet. Alle speelsters van ploeg A staan dus op dat moment op +6, terwijl alle speelsters van ploeg B op -6 staan. De coach van ploeg B heeft een wissel klaar zitten voor een speelster (B15) die nog even opnieuw ingetaped moet worden. Deze speelster B15 wordt gewisseld met een -6 effectiviteitsscore, terwijl zij al wel een aanvallend en een verdedigende rebound heeft gepakt. Omdat de verdedigster B4 van schutter A4, niet goed staat te verdedigen, besluit de coach ook haar te wisselen. Echter het spel gaat al verder en voordat de wissel heeft kunnen plaatsvinden, heeft ploeg B gelijk gemaakt op 6-6. De verdedigster B4 had daar geen bijdrage aan maar heeft wel een effectiviteitsscore van 0, terwijl zij niet goed staat te spelen. Zij wordt gewisseld door B6 en samen met haar komt ook B15 weer in het veld en de wedstrijd gaat verder. Ploeg A staat dan twee minuten later op een 6-9 voorsprong (omdat A4 een derde driepunter heeft gescoord), waarbij speelster B15 nogmaals een aanvallende en een verdedigende rebound, als ook een block-shot heeft gepakt. Zij gaat weer naar de kant omdat het tape niet goed zit. Op dat moment heeft zij al een effectiviteitsscore van -9, terwijl haar individuele rendementsscore in die drie minuten speeltijd 1,67 bedraagt! En alle andere speelsters in het veld hebben op dat moment een score van +3 (ploeg A) of -3 (ploeg B). 
De effectiviteitsscore van de Fiba geeft dus redundante informatie en het zou onjuist zijn wanneer hieraan enige betekenis wordt gegeven.