Archief | Uncategorized RSS feed for this section

VU16 degradatie: de uitleg

28 aug

AfbeeldingMijn vorige blogartikel kende een groot aantal hits en reacties. Ik kreeg zowel in de reacties als op Facebook veel instemmende reacties. Ook was er een kritische reactie. Deze was helaas van een anoniem persoon, en ik vind dat wel een beetje slappe hap. Reageren mag, maar dan graag open en oprecht. Ik probeer dat van mijn kant ook te doen, en ook al is het misschien soms wat hard gesteld op ‘papier’, bedenk dan dat ik dat doe vanuit een gezamenlijke drijfveer om het Nederlandse (dames)basketbal te verbeteren. Er waren ook vragen om nadere toelichting en uitleg van mijn kritiek. En omdat ik beloofd had meer tekst en uitleg te geven, volgt hier nog een toelichting.

De strekking van mijn vorige blogartikel was dat de coaches verantwoordelijk waren voor de degradatie van de u16 uit de A-poule en dat ik zelf andere keuzes zou hebben gemaakt. Ik zal dat proberen kort toe te lichten, alhoewel ik mij besef dat dit lastig is om te doen in een paar zinnen.

Zo vond ik dat er erg ‘angstig’ werd gecoacht. Daarmee bedoel ik dat er te lang aan vooraf vastgestelde keuzes werd vastgehouden. Zo werd er bijvoorbeeld aan drie speelsters een soort ‘card blanche’ gegeven. Zij speelden veruit de meeste minuten. Zo speelde Janis Ndiba bijvoorbeeld vier wedstrijden de volledige 40 minuten achtereen! Wat moet je nu als conclusie hieruit trekken? Je kunt moeilijk zeggen dat deze drie speelsters (Janis Ndiba, Asa Kantebeen en Laura Westrik) zoveel hebben gespeeld dat daaruit nu blijkt dat zij het A-niveau niet aankunnen. Janis werd met de u18 onlangs nog 4e van Europa! Wel denk ik dat deze speelsters door hun hoeveelheid speeltijd niet de effectiviteit hebben kunnen brengen die er wellicht op een andere manier wel had kunnen uitkomen. Ik zeg dat omdat deze drie speelsters – in mijn ogen – alle drie typische ‘rol’-speelsters zijn en geen ‘leidende’ speelsters. Janis is een speelster die bij uitstek tot haar recht komt in de systemen van het Nederlands dames basketbal en dan in het bijzonder naast een sterke ‘5’. Zij lokt als geen ander fouten uit en scoort daardoor vanaf de vrije werplijn de meeste punten. Daarnaast is zij reboundend natuurlijk sterk, maar zij is geen scorend dragende speelster. Asa is een speelster die tot haar recht komt wanneer zij wordt vrijgespeeld voor een afstandsschot vanuit de perimeter. Maar, zij heeft daarvoor wel de vrije schotruimte en tijd nodig.  Laura komt tot haar recht, wanneer zij vrijuit voor onrust kan zorgen in het veld. Daarbij kan zij een zegen zijn, maar ook een ramp voor het eigen team (omdat zij haar eigen beperkingen niet lijkt te kennen). 

Om ‘rol’-speelsters goed tot hun recht te laten komen is het belangrijk om ze op de juiste manier te gebruiken en ze op het juiste moment in te zetten. Een kenmerk van een rolspeelster is namelijk dat je ze vooral gebruikt in de rol waarin zij sterk zijn en op het moment dat de wedstrijd (of de tegenstander) hierom vraagt (en dus niet continu). 

Een ander opvallend punt vond ik dat veel speelsters vooral negatief benaderd werden. Er werd hardop geroepen wat zij vooral niet hadden moeten doen (of – cynisch – hoe ze het juist hadden kunnen doen, of – nog erger – hoe dom het was dat ze iets gedaan hadden). In mijn ogen werden speelsters vooral afgebroken in plaats van ‘gemaakt’. Speelsters konden moeizaam of niet groeien in het toernooi (ik heb er geen enkele speelster kunnen ontdekken die gaandeweg het toernooi beter ging spelen). Het wisselbeleid was vooral gebaseerd op straffen in plaats van belonen. Vooral Eveline Kallenberg en Kristie Buderman konden niet veel goeds doen in de ogen van de coaches. Elke passfout leverde een wissel op. Met als gevolg dat zij natuurlijk veelal risicoloos gingen spelen en dat is weer iets dat juist niet bij deze speelsters past.

Een derde punt van algemene kritiek is dat onvoldoende gebruik werd gemaakt van de specifieke kwaliteiten van de speelsters. Door meer vrije ruimte aan alle speelsters te gunnen ontstaan ook goede en nieuwe mogelijkheden. Nu kwamen deze momenten maar zelden voor. Zo werd bijvoorbeeld niet of nauwelijks gebruikt gemaakt van het scorend vermogen van Laura Steggink. In de 2e wedstrijd tegen Litouwen kreeg zij opeens de ruimte. Janis Ndiba maakte in de eerste periode haar 2e persoonlijke fout en werd dus naar de kant gehaald in een wedstrijd die tot dan toe ‘op slot’ zat. Laura Steggink kwam het veld in en scoorde naar hartelust en brak de wedstrijd voor Nederland open en besliste eigenlijk in haar eentje de wedstrijd. Wat mij betreft had zij dat vaker mogen doen. Nu werd zij in sommige wedstrijden na haar eerste fout niet meer gebruikt en zat zij op de bank. Zij had tijdens het toernooi bijvoorbeeld uitstekend op de ‘3’ gebruikt kunnen worden. Een ander voorbeeld is Eveline Kallenberg. Zij mocht niet op de interceptie loeren (terwijl dat in clubverband per wedstrijd toch iedere wedstrijd 6 tot 8 punten oplevert). Ook was zij geen scorende optie voor het schot (buiten de “noodbal” op de 24e-seconde in de aanval), terwijl haar jaarschotpercentage hoger lag (zowel op de ‘2’ als ‘3’-punter) dan speelsters die nu echt gezocht werden. In de wedstrijd tegen het sterke Hongarije was een glimp te zien van haar scorende kwaliteiten. Weer een ander voorbeeld is Kristie Buderman. Zij komt vooral tot haar recht tegen een man-to-man defense waarbij zij de drive als sterk wapen heeft. In de wedstrijd tegen finalist Tjechie bewees zij dit door keer op keer de bucket in te driven en dan ofwel de fout uit te lokken, ofwel de lay-up te nemen. Het zijn drie voorbeelden van speelsters die – over het toernooi genomen – onvoldoende uit de verf kwamen als gevolg van de gemaakte keuzes door de coaches.

Een vierde punt van kritiek is de onverbrijdelde voorkeur voor speelsters van het CTO of de eigen vereniging. Over het CTO kom ik in een volgend blogartikel nog te spreken (let wel: ik ben persoonlijk voorstander van het CTO, maar niet van de wijze waarop er in relatie tot de Nederlandse teams mee wordt omgegaan). Tijdens het toernooi werd het wel overduidelijk dat als je bij het CTO hoort, dat dit een behoorlijk toevoeging aan je speeltijd levert. Bijvoorbeeld bij de centers werd Marieke van Schie hiervan duidelijk de dupe, terwijl de kwaliteiten van de drie centers (Ella Bouman, Mirthe Schepers en Marieke van Schie) elkaar niet of nauwelijks ontliepen.  

De kracht van dit VU16-team zat mijn inziens vooral in het collectief. Ik ben van mening dat dit team geen speelsters herbergde die een bepaalde voorkeursbehandeling rechtvaardigde. En dus had ik elke wedstrijd andere keuzes gemaakt en daarbij vooral gekeken naar de tegenstanders en daarbij zowel in de aanval als in de verdediging aanpassingen gedaan om het spel bij de tegenstanders te ontregelen (en het eigen spel natuurlijk te stroomlijnen). Ook zou ik daarbij vooral gebruik hebben gemaakt van een grotere rotatie, en daarbij iedere speelster in haar kwaliteiten gebruiken. 

Nu waren nederlagen soms rechtstreeks het gevolg van het niet wisselen van speelsters die juist rust hadden moeten krijgen (b.v. tegen Italie en Belgie in de poule), of juist te vroeg wisselen van speelsters die amper in het veld stonden.

Neem bijvoorbeeld de eerste wedstrijd in de tweede ronde tegen Tjechie. Nederland start best goed en er wordt gecontroleerd gespeeld. Nederland komt met 3-6 voor. Eveline Kallenberg speelt op dat moment een heel dominant leidende rol op de guardpositie. Zij wordt gewisseld en de organisatie bij Nederland is weg. Tsjechië maakt een 22-2 run. Einde wedstrijd. Commentaar van Bart Sengers op de NBB-site: “We scoren zelf een hele tijd niet en dat had die 17-0 run tot gevolg.” Nee, dit specifieke voorval lag aan de wissel. En als uitvloeisel van het gebrek aan organisatie een te snelle en verkeerde schotkeuze, met als gevolg dat Nederland achter Tjechie ging aanrennen i.p.v. andersom. Anders gezegd: de geest werd uit de fles getrokken. Hier had het volledig terugschroeven van het tempo in de wedstrijd kunnen leiden tot meer grip op de wedstrijd en daardoor misschien meer kans. Nu werden vooral low percentage schoten genomen op de verkeerde momenten in de aanval. 

Een ander commentaar op de NBB-site: “de wedstrijd werd niet goed gelezen.” Ik weet niet precies wie hier bedoeld werd, maar het probleem bij Nederland lag in die wedstrijd vooral op de bereikbaarheid van de forwards in de aanval, terwijl zij in de verdediging (zone) te klein waren in de rebound en te weinig druk gaven in de hoeken of de inside passing. Het inbrengen van meer reboundkracht op de 3 en 4 positie had m.i. kunnen helpen. Kristie Buderman speelde in de vierde periode een high-effective game. Zij maakte een aantal punten uit vrije worpen, steals en drives, doordat zij – tegen de regels in? – vrijuit ging spelen en dat pakte nu goed uit. Dat was een voorbeeld voor een stukje succes dat sowieso niet vooraf beoogd was. De NBB site gaf als titel bij dit verslag “Zwakke eerste helft nekt u16 Angels”, maar mijn conclusie was dat Tjechie gewoon een klasse beter was, net zoals op het EYOF. 

De andere twee de wedstrijden in de tweede ronde waren daarmee niet echt relevant meer voor de rangschikking. De kwartfinale was erg ver weg. Tegen Hongarije had Nederland gewoon geen kans. Hongarije was beter. Tegen Frankrijk had Nederland wel een kans en kon het zelfs winnen. Echter op dat moment had een winstpartij tegen Frankrijk Nederland niet van de 6e plaats in de tweede ronde af kunnen helpen en was het al veroordeeld tot het spelen van de kruisfinales om de plaatsen 9/12 en 13/16 (de degradatiepoule). Desondanks werd er gespeeld met een rotatie van 6 speelsters (zes …). Schiet mij maar lek. Speelsters liepen op hun laatste benen en probeerden natuurlijk alles eruit te halen, maar dit was wel een brevet van tactisch onvermogen: in een onbenullige wedstrijd, waarin je je speelsters kunt sparen voor misschien wel de belangrijkste wedstrijd van het toernooi, je speelsters voor de rest van het toernooi fysiek en mentaal opbranden.

De rekening werd direct in de beslissingswedstrijd tegen Zweden gepresenteerd. Janis Ndiba, Asa Kantebeen en Laura Westrik waren opgebrand en konden (opnieuw) niet brengen wat er van ze verwacht werd. Janis Ndoba, die tot dan toe heel veel rechtstreekse rebounds duels had gewonnen, won er nu geen enkele (…). Natuurlijk pakte ze nog wel rebounds, maar dat waren de gewone afvangers op de zone-positie zonder dat er een duel aan ten grondslag lag. Zij had niet meer de fut om er voluit tegenaan te gaan. Mind you: ze had nu vier wedstrijden achtereenvolgens 40 minuten gespeeld!!! Toen ze om een wissel vroeg, kreeg ze die niet. Hetzelfde gold van Kantebeen en Westrik. Kantebeen moest het van het schot hebben en dat liep wederom niet. Westrik verslikte zich keer op keer in onnodige acties. Tja, en als je dan als coaches de rest van je team een beetje in woord en gedrag gediskwalificeerd hebt, hoef je natuurlijk niet te verwachten dat zij het opeens gaan rechtbreien. Dat heb je dan gewoon aan je eigen gedrag en woord en daad te danken. De nederlaag was daarom vooral aan de coaches toe te schrijven en de meiden konden er niets aan doen. 

De laatste twee wedstrijden moesten vervolgens beide gewonnen worden. Gelukkig troffen ‘we’ Litouwen en dit bleek opnieuw de zwakste ploeg in het toernooi te zijn en opnieuw werd er gewonnen. Doordat Janis (gelukkig) twee fouten maakte kwam Laura Steggink erin en zij brak de wedstrijd open en scoorde 11 punt op rij. Daarmee was de ban gebroken en kon Nederland in principe vrijuit spelen. Litouwen was een gewillig slachtoffer. 

Belgie daarentegen speelde het slim. De Belgische ploeg was op veel plekken op individueel niveau duidelijk de mindere van Nederland, en dat bleek ook lange tijd in de wedstrijd, maar opvallend was wel dat de Belgische coaches positief bleven coachen. Natuurlijk kun je een ‘flow’ niet afdwingen, natuurlijk zijn het vooral de speelsters in het veld die het moeten doen. Maar je zag bij Belgie vooral in de tweede helft op moneytime de oerdrang om te vechten voor de winst, terwijl je bij Nederland steeds meer de angst om te verliezen zag toeslaan. Dat vereist een stukje mental coaching waar je niet zomaar opeens een wedstrijdje aandacht aan kunt besteden, maar waaraan je feitelijk het hele jaar moet werken. Idem geldt voor het verloop van zo’n laatste wedstrijd-minuut. En of “last-minute”-games tot het repertoire van de trainingen behoren op de NT’s betwijfel ik (ik heb ze n.l.niet waargenomen), maar ik geef het als tip mee om hieraan aandacht te besteden! 

De periode van de ‘Dutch Angels’ is weer voorbij. Alle speelsters gaan weer naar de clubteams. Het is tijd voor reflectie op de resultaten van de NT’s in deze zomer. Kortom, wordt vervolgd.

Advertenties

Degradatie van NT VU16 is de degradatie van de coaches

11 aug

AfbeeldingHet Nederlands team VU16 is gedegradeerd naar de B-poule. De laatste wedstrijd vandaag tegen België ging verloren met 1 punt. Daarmee kwam op een vervelende manier boven water, waarvoor ik een belangrijk deel van het toernooi bang was, namelijk dat er wel meer uit dit team te halen was, maar dat het er door de coaches niet uitgehaald werd.

Ik zou het zelf volstrekt anders gedaan hebben. En hoewel dat geen garantie is dat het dan persé anders zou zijn gelopen, heb ik daar zelf wel de overtuiging van. En ook haast ik mij erbij te zeggen dat garanties uit het verleden (tig keer landskampioen) natuurlijk geen garantie zijn voor de toekomst. 🙂 Maar als je op resultaat coacht – en dat doe je tijdens een EK – dan zijn er verschillende wegen die naar Rome leiden. Nu werd er door de coaches een doodlopende weg ingeslagen die gaandeweg het toernooi steeds duidelijker werd en waarvan ik het idee had dat zij door een bepaalde tunnelvisie dit niet zagen aankomen.

De wijze waarop de coaches Bart Sengers en Meindert van Veen tijdens dit EK hun keuzes maakten, paste niet in mijn logica. Er werd nu voor gekozen om enkele speelsters een soort heilig te verklaren. Het maakte niet uit wat ze deden: tegen welk schotpercentage ze scoorden, welk balverlies ze leden, welke schotkeuzes ze maakten, hoe slecht ze verdedigden, enz enz: zij bleven in het veld staan. Natuurlijk waren er ook mooie momenten bij. Dat is logisch. Maar in tegenstelling tot de ‘eerste keus’, werd bij andere speelsters het zelfvertrouwen tot op de grond werd afgebrand wanneer zij maar 1 fout maakten (en gelijk een wissel volgde), of doordat zij helemaal niet gebruikt werden. Natuurlijk het kan een keuze zijn. Daar ben je als coach immers verantwoordelijk voor. En nu is dit het resultaat en daar ben je als coaches ook verantwoordelijk voor. 

De speelsters kunnen voor deze degradatie niet verantwoordelijk voor zijn, want sommigen zijn niet of nauwelijks gebruikt (waarom selecteer je ze dan, als je er geen vertrouwen in hebt?), terwijl bij anderen – ik zei het al – structureel het vertrouwen werd afgebroken om hun kwaliteit tot hun recht te laten komen. Tja, en basketbal is nu eenmaal een sport waarbij het om teams gaat waarbij je met meer dan drie of vier speelsters moet spelen. 

Op een EK speel je 9 wedstrijden in 11 dagen en daarmee leg je een groot beslag op de mentale en fysieke belasting van alle (12) speelsters. Sowieso al. Als je dan bepaalde speelsters zo goed als niet wisselt, betekent het dat die speelsters op een gegeven moment natuurlijk niet meer kunnen brengen wat je van ze verwachtte als coach (Als ze dat al konden brengen…). Ik zal er in de komende weken nog wel eens wat uitgebreider over berichten, maar één beginnersfout wil ik alvast wel even noemen: de tweede ronde.

Nederland speelde de tweede ronde in de wetenschap dat zij zich niet meer konden plaatsen voor de kwartfinale en dat veel, heel veel, zou komen af te hangen van de wedstrijd tegen Zweden. Je zou zeggen dat het een ideale kans was om de speelsters waarvan je veel verwacht de broodnodige rust te geven en vooral veel minuten aan je ‘tweede keus’. Niets is echter minder waar. Ook al werden gewoon de drie wedstrijden in de tweede ronde verloren, er werd een consequent beroep gedaan op een paar speelsters, die dan ook helemaal uitgewoond waren. Toen de cruciale wedstrijd tegen Zweden werd gespeeld, kon de ‘eerste keus’ van de coaches niet meer de energie opbrengen (op sommige fases van de wedstrijd na) om de wedstrijd naar zich toe te trekken (terwijl Zweden echt geen best team was…).

Nou goed, je komt dan in de verliezerspoule en daarin werd dezelfde fout opnieuw gemaakt. De eerste wedstrijd tegen Litouwen werd ruim gewonnen. Litouwen had ongeveer het niveau van Binnenland (grapje hoor, dames uit Barendrecht :)) en dus was het logisch dat de wedstrijd werd gewonnen. Ook nu gold dat er volop mogelijkheden waren om je ‘eerste keus’ rust te geven voor de cruciale wedstrijd (Of je immers met ruim dertig punten wint of bijvoorbeeld met 10. Dat maakt niet uit. Voor het doelsaldo hoef je het niet te doen). Ook nu gebeurde dit niet. Het is een keuze die gemaakt is.

Het gevolg was wel dat je dus met een volstrekt vermoeide ploeg de belangrijke wedstrijd tegen België om de degradatie gaat spelen en dat is dan een wedstrijd waarin je opnieuw weer alles van je ‘eerste keus’ gaat verwachten en vragen. Het begin was echt hoopgevend, maar in plaats van je rotatie zo groot mogelijk (of in ieder geval groter!) te houden, werd opnieuw gekozen voor een heel kleine rotatie. En dan gaat op een gegeven moment natuurlijk niet alleen de fysieke vermoeidheid meespelen, maar ook de mentale. België had de eerste helft heel veel gemist en dus was het wachten op hun ‘flow’. En die kwam er, en omdat wij die ‘flow’ al gehad hadden, zag je dat het aan het eind van de wedstrijd de mentale weerbaarheid van de speelsters in het veld te zwak was om zichzelf staande te houden. Daar moet je als coaches weten en je speelsters erop voorbereiden, en zelf – door middel van je wisselbeleid en je time-outs – je rol in spelen. Het gebeurde niet (en voor zover het gebeurde werden er volstrekt andere keuzes gemaakt, dan dat ik had gedaan). Nu werd bijvoorbeeld gekozen om in de slotfase van de wedstrijd de jongste speelster van het team de meeste verantwoordelijkheid te geven in de organisatie van het spel. Tja, zij gaat drie (of vier) keer de fout in. Het is niet haar fout, het is de keuze van de coaches.

Nederland gedegradeerd: verantwoordelijkheid van de coaches. En ik ben benieuwd tot waar deze reikt.

(Later volgt nog wel meer over dit toernooi, want ik heb weer heel veel geleerd)

 

Effectiviteitsscore is onzin

4 aug

Basketbal is een sport van de statistieken. Statistische gegevens bieden veel informatie voor speelsters en coaches. Het geeft namelijk inzicht wat je als persoon goed en minder goed doet en ook geeft het inzicht hoe het team als geheel heeft gedraaid (bijvoorbeeld ten opzichte van de tegenstander). Statistieken zijn echter niet altijd zaligmakend, met name omdat in de reguliere en gangbare statistieken lang niet alles wordt bijgehouden. Een speelster kan bijvoorbeeld 20 punten scoren (en dat wordt dan ook benoemd en de media) maar als haar directe tegenstander er 24 er gooit, is het effect natuurlijk niet positief (terwijl dit laatste niet altijd wordt bijgehouden of benoemd). Ook komen centers gemakkelijker in de statistieken voor (omdat rebounds als belangrijk worden gezien). Guards daarentegen, komen minder snel in de media voor. Wel knappen zij veruit het meeste vuile werk op: zij weten namelijk de bal onder grote druk in de aanval te brengen, de aanval organiseren, enzovoorts. Hun ‘beloning’ is dat zij een grotere kans op turnovers hebben (met als resultaat dat zij hiervoor worden afgestraft door de coach, terwijl het juist zo logisch is dat een guard meer turnovers heeft dan de andere speelsters). Forwards hebben het weer eenvoudiger. Zij lopen niet veel kans op balverlies en vallen alleen op door hun scores of schotpercentages. Een forward die bijvoorbeeld 9 balverlies leidt, dat is wel heel uitzonderlijk en dat zegt dan weer iets over de wijze van coachen, maar goed dat terzijde.

Het is een van de redenen waarom ik zelf gewend ben in mijn scouting gebruik te maken van nog vier andere gegevens, namelijk coach assist, dogbites, score opponent en aanvallend rebound opponent. Hierdoor is het feitelijke rendement van een speelster per gespeelde minuut uitstekend te berekenen (zie hiervoor ook mijn skill sheets deel 2: http://www.scribd.com/doc/61831741/Skill-Sheets-Basketball-Deel-2#page=30).
De Fiba houdt ook effectiviteitsscores bij in de statistieken, en dat is de reden dat ik hieraan even aandacht besteed in dit blog. Nu ik weer op een EK zit (Varna), zie ik de statistieken weer langs komen. Zo ook de effectiviteitsscore van de Fiba. En juist die effectiviteitsscore van de Fiba is wel een vreemd ding en geeft informatie die gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd kan worden.
Het probleem zit er namelijk in dat de effectiviteitsscore een cijfer is waarin het scoreverloop van de wedstrijd de effectiviteit van een individuele speelster bepaald. En dat is appels met peren vergelijken. Het kan betekenen dat wanneer een speelster op het verkeerde moment in het veld staat een negatief resultaat boekt, en andersom, als zij op een goed moment in het veld staat een positief resultaat boekt, zonder dat zij enige bijdrage levert aan het een of het ander. Dat is mijn kritiek op deze effectiviteitsscore.
Hoe werkt de effectiviteitsscore? Als een team de wedstrijd start en in de eerste minuut op een 6-0 voorsprong komt, hebben alle speelsters op dat moment een effectiviteitsscore van +6. Wanneer je op dat moment wordt gewisseld, heb je die score dan dus alvast lekker “in the pocket”, ook al heb je misschien de bal in die ene minuut niet eens aangeraakt! 
Laat ik het concretiseren met een voorbeeld. De wedstrijd start en ploeg A komt binnen 1 minuut met 6-0 voor doordat speelster A4 twee driepunters erin schiet. Alle speelsters van ploeg A staan dus op dat moment op +6, terwijl alle speelsters van ploeg B op -6 staan. De coach van ploeg B heeft een wissel klaar zitten voor een speelster (B15) die nog even opnieuw ingetaped moet worden. Deze speelster B15 wordt gewisseld met een -6 effectiviteitsscore, terwijl zij al wel een aanvallend en een verdedigende rebound heeft gepakt. Omdat de verdedigster B4 van schutter A4, niet goed staat te verdedigen, besluit de coach ook haar te wisselen. Echter het spel gaat al verder en voordat de wissel heeft kunnen plaatsvinden, heeft ploeg B gelijk gemaakt op 6-6. De verdedigster B4 had daar geen bijdrage aan maar heeft wel een effectiviteitsscore van 0, terwijl zij niet goed staat te spelen. Zij wordt gewisseld door B6 en samen met haar komt ook B15 weer in het veld en de wedstrijd gaat verder. Ploeg A staat dan twee minuten later op een 6-9 voorsprong (omdat A4 een derde driepunter heeft gescoord), waarbij speelster B15 nogmaals een aanvallende en een verdedigende rebound, als ook een block-shot heeft gepakt. Zij gaat weer naar de kant omdat het tape niet goed zit. Op dat moment heeft zij al een effectiviteitsscore van -9, terwijl haar individuele rendementsscore in die drie minuten speeltijd 1,67 bedraagt! En alle andere speelsters in het veld hebben op dat moment een score van +3 (ploeg A) of -3 (ploeg B). 
De effectiviteitsscore van de Fiba geeft dus redundante informatie en het zou onjuist zijn wanneer hieraan enige betekenis wordt gegeven.

Nieuwe zomer, nieuwe kansen, nieuwe reputatie?

28 jun

u16 2012De zomer staat weer voor de deur en dat betekent dat de Nationale teams weer in actie gaan komen op de Europese velden. Na de succesvolle zomer van 2012 is het nu de vraag of de verschillende nationale selecties de hooggespannen verwachtingen kunnen waarmaken. Wi zijn een van de weinig Europese landen die alle teams in de A-divisie heeft en hopelijk behouden we deze status. Daarnaast zijn er natuurlijk ook dit jaar doelstellingen geformuleerd, maar het perspectief ligt toch nog in de toekomst: het behalen van de olympische spelen!

De eerste gedachte was om de Olympische spelen van 2016 te behalen, maar dat lijkt aan het begin van deze zomer inmiddels al wel een te vroeg station. In juni wist het Nederlands team alleen Luxemburg achter zich te houden en werd de cruciale poule wedstrijd tegen Griekenland verloren. De doelstelling lijkt daarom reeds verschoven te zijn naar 2020, en dat is logisch. Het ontbreekt de huidige nationale vrouwenploeg aan echte Europese toppers om een serieuze poging te wagen om het komend jaar een plek op de Europese kampioenschappen te behalen en daar in 2015 een plek bij de eerste vijf te bemachtigen. Wellicht dat een snelle(re) doorvoer van de jeugdige lichtingen, mogelijk nog tot verrassende resultaten zou kunnen leiden. Maar dan zal toch radicaal het roer moeten worden omgegooid en de selectie opgebouwd moeten worden rondom de jongere lichtingen, die worden aangevuld met enkele oudere speelsters, in plaats van andersom. Het is een soort duivels-dilemma waarvoor de coachingsstaf zich geplaatst ziet: moet je nu nog een paar jaar wachten of juist al eerder verjonging doorvoeren?

De jeugdteams gaan de komende maanden weer de Europese velden op. Te beginnen met het u20 team dat haar Europees Kampioenschap in Samsun (Turkije) speelt. Komende week kruist het team op 4 juli de degens met Servië en dat is direct een graadmeter om te zien waar het team staat. De andere twee teams in de poule (Ukraïne en Belarus) zijn de twee zwakkere broeders en dus zal een plaats bij de eerste 8 wel haalbaar zijn voor het team van Meindert van Veen. Of eenzelfde succes als vorig jaar behaald wordt (5e) zal de vraag zijn, omdat het team vooral op de guard-positie kwetsbaar is. Toch bestaat het team voor een groot deel uit de sterke ’93’-lichting die over veel Europese ervaring beschikt en dus mag van dit team wel het een en ander verwacht worden. Inside zit het met speelsters als Richelle van der Keijl, Maxime Essenstam en Kourtney Treffers (gaat zij ook mee?) wel goed. De vraag is of de perimeter speelsters ook voldoende progressie hebben gemaakt om de ‘lijnen’ goed te vullen. Het EK u20 duurt van 4 tot 15 juli.

Bijna aansluitend is het WK u19 in Litouwen. Dankzij het geweldige resultaat van het u18-team van vorig jaar, mag nu de ’94’-lichting op het WK spelen. Het team bestaat voor een groot deel uit de u18 speelsters van ’95’ die vorig jaar ook op de WK in Amsterdam u17 speelden. Maar de centrale leidersrol zal natuurlijk worden vervuld door Kourtney Treffers. Ook op een speelster zoals Isabelle Slim ligt een behoorlijke druk om haar progressie op topniveau te illustreren. Het is de vraag of Nederland een grote rol op dit toernooi kan spelen. Nederland zit namelijk in een zware poule met Frankrijk, Canada en Senegal en vooral Frankrijk en Canada zullen heel moeilijk te nemen hordes worden. Van Senegal zal waarschijnlijk wel worden gewonnen. Het WK in Litouwen loopt van 18 tot 29 juli. Coach Remy de Wit beschikt in ieder geval over een groot deel van zijn CTO selectie en dat betekent dat veel speelsters best op elkaar zullen zijn ingespeeld.

De u16 selectie speelt begin augustus (1 tot 11) in Varna (Bulgarije). Voor dit team is de doelstelling om te proberen een plaats bij de eerste 5 te behalen om zich daarmee te kwalificeren voor het WK u17 van volgend jaar. Het team beschikt met Janis Ndiba, Eveline Kallenberg, Asa Kantebeen en Laura Steggink over een viertal speelsters die ook vorig jaar al een goede indruk achterlieten op het EK u16 en daarnaast oogt het team in de breedte best sterk. Maar de poule waarin Nederland uitkomt belooft het nodige vuurwerk: België, Italië en Litouwen. België lijkt de te kloppen ploeg te zijn, terwijl Italië en Litouwen beiden erg sterk ogen. Het wordt een interessante uitdaging voor coach Bart Sengers.

De zomer wordt van 15 tot 25 augustus afgesloten door het u18 team dat in Vukovar (Croatië) haar Europees kampioenschap afwerkt. Veel van de speelsters die op dit EK spelen zullen waarschijnlijk al een ander EK of WK achter de rug hebben en wellicht zal de belangrijkste vraag voor dit team blijken te zijn in hoeverre zij dan nog scherp genoeg zijn om een topprestatie neer te zetten. Nederland zal de poule met Belarus, Tjechië en Turkije waarschijnlijk eenvoudig overwinnen en afhankelijk van de fitheid van het team kunnen er best eens mooie prestaties ontstaan!

Al met al staat een nieuwe zomer voor de deur dat weer veel spanning en mooi basketbal te zien zal geven. Voor de coachingsstaf ligt er de uitdaging om aan de hooggespannen verwachtingen te voldoen en de reputatie van het Nederlands damesbasketbal verder te versterken. De vragen die daarbij horen zijn: zijn onze talenten ook “echte” Europese talenten? Wie zijn de echte toppers? Hoeveel zijn dat er? En: rechtvaardigt die kwalitatieve en kwantitatieve talententop ook de verwachting voor 2020?

Deel 5 Skill Sheets Basketbal is beschikbaar

4 jan

Het vijfde deel van mijn boek “Skill Sheets Basketball” is beschikbaar. Het heeft even geduurd, maar dat komt omdat ik het nogal druk heb met de afronding van mijn proefschrift en dat gaat toch voor). In dit deel komen de set plays en de out-of-bounds aan de orde. Via de pagina “Skill Sheets Basketball” (zie bovenin) kun je de link naar dit deel oppakken. Binnenkort hoop ik ook het volgende deel te publiceren over de bal fundamentals. 

Grasshoppers derde op internationaal X-mas tournooi in Kortrijk

4 jan

Tussen kerst en oud en nieuw zijn er verschillende (internationale) toernooien waaraan deelname interessant is. Verschillende toernooien zijn gewoon leuk, maar bieden niet zoveel basketbal kwaliteit onder de tegenstanders. Voorbeelden hiervan zijn er in Zweden (Lund) en Denemarken (o.a. Lemvig toernooi). Voor een serieus team is hier niet zoveel te leren, het gaat meer om de ‘fun’. Ook zijn toernooien die er op gericht zijn om een zo sterk mogelijk deelnemersveld op de been te brengen. Daarvan is het X-mas toernooi in de omgeving van Kortrijk een voorbeeld. Daar proberen Peter de Lepeleire en zijn crew ieder jaar een sterkere bezetting op de been te brengen in verschillende leeftijds categorieën. Dit jaar was ook de meiden u18 categorie weer wat sterker dan vorig jaar. Natuurlijk neemt er altijd wel een team deel dat feitelijk te zwak is voor serieuze deelname, maar dat neemt niet weg dat het toernooi erg interessant was voor veel van de deelnemende ploegen.

Zo ook gold dat voor het team van Grasshoppers. In de Nederlandse u20 eredivisie heeft dit veredelde u16 team tot nu toe maar van een paar teams serieuze tegenstand gehad en daarom was het toernooi prima geschikt om een paar sterke internationale teams te ontmoeten en in 3 dagen 6 wedstrijden af te werken.
De openingswedstrijd was direct tegen het Nationaal team Engeland u18. Natuurlijk was Engeland als team nog niet echt op elkaar ingespeeld, maar het maakte het voor Grasshoppers wel een interessante tegenstander. Met bij vlagen zeer volwassen basketbal werd verrassend van de Engelsen gewonnen (42-33). Ook de tweede wedstrijd van de dag tegen USK Prague werd gewonnen. De Tjechen bleken niet echt sterk te zijn en werden letterlijk van de mat gelopen (67-31). Hierdoor ging Grasshoppers als poulewinnaar naar de tweede ronde.
Op de tweede dag was de cruciale wedstrijd tegen Blue Cats Ieper. De u18-kampioen van Belgie van het afgelopen jaar wist geen raad met de wisselende verdedigingsvormen van Grasshoppers en moest eraan geloven met 68-45. Door dit resultaat was Grasshoppers al geplaatst voor de halve finale. De tweede wedstrijd van de dag was tegen de Israel Basketball Academy (een soort jonge uitgave van het CTO). Hoewel de Israeli hard werkten en nog meer geluid maakten, bleken zij een maatje te klein te zijn en werden zij volledig overklast (28-61). 
In de halve finale trof Grasshoppers het sterke BK Petrzalka Bratislava. Wellicht omdat deze halve finale om 9 uur ’s ochtends werd gespeeld, terwijl Grasshoppers de laatste wedstrijd de avond ervoor nog om half negen had gespeeld en bovendien voor het eerst in een andere hal speelde (waar Bratislava al alle wedstrijden had gespeeld), maar deze wedstrijd begon Grasshoppers niet sterk en kwam het al vrij snel zo’n tien punt achter. Tot in de laatste periode bleef het verschil tegen de 10 punten aanzitten en door een sterke laatste periode kwamen de Katwijksen in de laatste minuut terug tot op gelijke hoogte. Het laatste beetje geluk ontbrak in de slotminuut om de wedstrijd naar Nederlandse kant te trekken, waardoor Bratislava toch aan het langste eind trok. Door de ‘stop-de-klok’ liep het verschil in de laatste seconden nog op tot 58-50. In de strijd om de derde en vierde plaats trof Grasshoppers opnieuw Blue Cats Ieper. Verwacht was dat Engeland daar zou staan, maar omdat zij verloren hadden van Bratislava, bleek Ieper eveneens halve finalist geworden te zijn. Grasshoppers won opnieuw eenvoudig van de Vlaamsen (55-30) en werd daardoor derde in het toernooi.
Eindstand van het toernooi: (1) ZKK Triglav, (2) BK Petrzalka Bratislava, (3) Grasshoppers, (4) Blue Cats Ieper, (5) England u18, (6) Nederland u16, (7) Israel Basketball Academy, (8) CBV Binnenland, (9) USK Prague, (1) BBA Ludwigsburg, (11) BV Hoofddorp.

Ideeen voor een sterkere competitie

1 jan

Het Nederlands Dames basketball zit de laatste jaren – internationaal gezien – behoorlijk in de lift. Vanaf 2009 werden verschillende promoties op de Europese kampioenschappen behaald (startend met het u16-team 1993 selectie onder leiding van Hans Bais in Tallinn). De nationale (jeugd)teams hebben successen behaald die niet onopgemerkt zijn gebleven in Europa. Het vizier bij de NBB is dan ook onder meer gericht op het bereiken van de olympische spelen binnen een aantal jaar. Een ijzeren wet om een hogere kwaliteit te halen is echter dat er voldoende talent kan doorstromen. Dat betekent dat de relatie tussen kwaliteit en kwantiteit in evenwicht moet blijven en daar ligt een probleem. Als we namelijk naar het clubbasketbal in Nederland kijken, dan dringt zich een aantal problemen op dat juist te maken heeft met de kwantiteit en ook de kwaliteit. Dit wordt zichtbaar in de verschillende competities. Ik loop ze even langs:
 
Eredivisie – Het aantal teams in de dames eredivisie is de afgelopen jaren gedaald. Waar er in het seizoen 2008-2009 nog 10 teams in de eredivisie speelden, zijn er nu nog maar 6 teams. Kortom: er is ruimte voor slechts 60 speelsters op het hoogst niveau. Daarnaast is er geen aansluiting tussen de eredivisie en de promotiedivisie (teams promoveren en degraderen niet automatisch). En ook lijkt er een soort “up-or-out” regel te gelden. Er zijn namelijk wel erg veel jonge talenten die worden doorgeschoven en er spelen maar weinig routiniers in de Eredivisie. Senioren speelsters die niet in een nationale selectie spelen, lijken al snel te vertrekken naar ofwel het buitenland, ofwel naar de promotiedivisie. Hierdoor ligt de gemiddelde leeftijd van de speelsters maar net boven de 20 jaar.
Deze kleine competitie levert een groot kwaliteitsrisico op. Vegroting van het aantal teams is belangrijk.  Dat kan eventueel worden bereikt door naar een Benelux competitie te streven. Wanneer bijvoorbeeld volgens een amerikaans model wordt gespeeld (b.v. door twee uitwedstrijden in een weekeinde te spelen ‘on-the-road’) kunnen kosten daarvan in de hand worden gehouden. De vraag is echter of het gaat lukken om de bonden ook te overtuigen van deze mogelijkheid. 
 
Promotiedivisie – De promotiedivisie lijkt op het eerste gezicht een aardige competitie te zijn. Desalniettemin is het in mijn ogen een beetje een ‘vlucht’-competitie voor verenigingen die de hoge kosten van het spelen in de eredivisie niet aankunnen en ook trekt de promotiedivisie veel speelsters die ouder zijn dan 23 jaar en niet (meer) de ambitie hebben om op het hoogste niveau te spelen of tegen jongere getalenteerde speelsters te spelen. Tenslotte is het kwaliteitsverschil in deze competitie ook erg groot.
 
U20 eredivisie – De u20 meisjes eredivisie tenslotte, heeft te grote verschillen in kwaliteit. Halverwege de competitie zijn er maar vijf teams met een positief doelsaldo, hetgeen veel zegt over de grote kwaliteitsverschillen. Daarnaast is de competitie nu een veredelde u16 competitie geworden en heeft het weinig met een u20 competitie te maken. Verschillende teams spelen zelfs met u14 speelsters! De oudere getalenteerde speelsters zijn veelal al doorgeschoven naar het ‘eerste’ en worden eventueel nog terug gehaald voor de Final Four aan het eind van de competitie. Door gebrek aan tegenstand zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor de meest getalenteerde speelsters van de beste teams beperkt geworden.
 
Wanneer ‘we’ de verhouding tussen kwaliteit en kwantiteit in evenwicht willen houden, betekent het dat we moeten zorgen voor een continue aanvoer van nieuw talent, en daarnaast voor een betere opvang van de doorgroei mogelijkheden voor speelsters en teams. Door talent ‘vast’ te houden en te ontwikkelen wordt de kwaliteit hoger. Om hieraan een bijdrage te leveren geef ik hieronder een aantal ideeën voor innovaties van de dames competities. Deze ideeën zijn rijp en groen en hoeven niet met elkaar in samenhang worden beschouwd of beoordeeld. Het is een aanzet tot out-of-the-box denken met ideeën die kunnen bijdragen aan de ambitie om de stap naar de Europese top te kunnen maken, zonder dat dit leidt tot extra torenhoge kosten.

 
De ideeën zijn:
  • Er komen vier landelijke competities van 8 teams (dames eredivisie, promotiedivisie, eerste divisie en een meisjes u-18 eredivisie).
    • De u20 competitie wordt afgeschaft. De meest getalenteerde speelsters spelen rond hun 18e jaar toch al in de eredivisie. (u20 en/of u22 competities worden alleen nog op rayon niveau gehouden).
    • Er wordt een volledige competitie gespeeld (14 wedstrijden), waarna splitsing en vorming van nieuwe competities voor de tweede helft van de competitie plaats vindt (rondom de jaarwisseling). Dit gebeurt op de volgende manier: Er is een Final Four voor de eerste 4 van ds eredivisie; Daarnaast spelen alle overige teams promotie-degradatie play offs voor de tweede helft van het seizoen. Dit gebeurt in een best-of-three (d.w.z. De nr 5 van de eredivisie tegen de nr 4 uit de promotiedivisie, de nr 6 ere tegen nr 3 promo, nr 7 ere – nr 2 promo, nr 8 ere – nr 1 promo); hetzelfde geldt voor de nrs 5 tot 8 uit de promo en de nrs 1-4 uit de eerste divisie. Voor de plaatsen 5-8 van de eerste divisie volgen promotie-degradatie wedstrijden tegen de nrs. 1 uit de (inter)rayon competitie.
    • Dit kan er dus toe leiden dat de tweede helft van de competitie andere teams in de verschillende competities spelen. Het voordeel hiervan is dat meerdere teams tegen elkaar kunnen spelen (grotere variatie) en ook dat het niveauverschil tussen de competities verkleind wordt.
    • De tweede helft van het seizoen levert nieuwe indelingen op en opnieuw 14 wedstrijden in de competitie. Aan het eind van de competitie volgt een zelfde playoff promotie-degradatie systeem t.b.v. de indeling van het nieuwe seizoen. Op die manier is elke competitie interessant en speelt elk team promotie-degradatie wedstrijden, waarbij de kans bestaat om zowel verloren gegaan terrein binnen een half jaar te herstellen, als ook om op het juiste niveau de wedstrijden te kunnen spelen. Bovendien doet de competitie er ook iets toe omdat de rangschikking in de competitie de kansen op promotie en degradatie vergroot.
    • de strijd om het landskampioenschap (senioren en u18) wordt gespeeld in een Final Four (best of three).
  • Naast deze competitie indeling zijn er ook een aantal randvoorwaarden waarmee ook rekening moet worden gehouden. Zoals:
    • De inschrijvingskosten voor de verschillende divisies worden aan elkaar gelijk gesteld (en verlaagd). Hierdoor is de financiële drijfveer geen reden om wel/niet op het hoogste niveau te willen acteren. De teams uit de eredivisie betalen dus evenveel als de teams in de eerste divisie.
    • Wedstrijden worden geleid door twee scheidsrechters in alle divisies (dus geen drie in de eredivisie). Dit levert voor de verenigingen een besparing op in de kosten.
    • Alle landelijk spelende seniorenteams betalen 500,- euro aan een “Euro-fonds”. Dit geld (12.000,-) is bedoeld als stimulans en wordt aan de kampioen van Nederland gedoneerd wanneer het inschrijft in en deelneemt aan de Eurocup voor clubteams.
    • Er worden geen competitie wedstrijden op zondag gespeeld: alleen vrijdagavond en zaterdag. Hierdoor kunnen op zondag altijd activiteiten voor de nationale teams plaatsvinden
    • De bekercompetities in hun huidige vorm worden afgeschaft. Er nemen te weinig teams aan deel, bovendien voegt het niets toe.
    • Meerdere teams van dezelfde vereniging kunnen in dezelfde competitie uitkomen (b.v. 1e en 2e team, of zelfs 3e team).
    • Teams die op landelijk niveau willen gaan spelen kunnen zich hiervoor aanmelden. Afhankelijk van hoeveel teams het om gaat, spelen zij tegen de nummers 5 t/m 8 van de eerste divisie voor plaatsing (best of three).
Door de competities op deze wijze aan te passen, heb ik het idee dat dit ten goede komt aan de overall kwaliteit van de competities, zowel in breedte als in diepte. Uiteindelijk kan hierdoor ook een hogere piek worden behaald. Wat mij betreft is de discussie “open”.